Hoewel het zeeniveau destijds aanzienlijk lager lag, moeten zij per vlot of boot het Australische vasteland hebben weten te bereiken. De oorspronkelijke bewoners, de Aborigines, zouden noch pijl-en-boog hanteren noch zich bezighouden met akkerbouw. Uit deze periode dateren de eerste rotstekeningen die men heeft ontdekt. Zij vormen de vroegste aanwezigen van de anatomisch moderne mens in dit werelddeel.
Als pioniers op het gebied van kunst voerden zij bovendien technologische innovaties in met betrekking tot jachtmethoden. De neanderthalers raakten gaandeweg op de achtergrond door de opkomst van de moderne mens, waarbij gedeeltelijke vermenging optrad. Deze grot herbergt eveneens artefacten uit een veel vroeger tijdperk, toen de ijskappen hun maximale omvang bereikten.
Hun nalatenschap omvat kunstvoorwerpen, vaak vervaardigd uit been of ivoren materiaal. Enkel eilanden zoals Java, Sumatra en Borneo staken toen nog boven de zeespiegel uit. Tijdens het Laat-Wisconsin bereikte de ijskap zijn hoogtepunt, terwijl over de Beringlandbrug een ijsvrije doorgang ontstond die het mogelijk maakte Noord-Amerika vanuit Azië te voet te betreden.
Of de eerste kolonisten van Amerika hiervan daadwerkelijk gebruikmaakten, blijft onderwerp van discussie. Deze doorgang ontstond rond het 10e millennium voor Christus. Hoewel algemeen wordt aangenomen dat de bevolkingsgroepen van beide Amerika's via Beringië uit Azië afkomstig zijn, duiken de oudste archeologische vondsten eerder op in zuidelijke streken dan in of nabij Alaska.
Zo dateert de ontdekking in Pedra Furada van ver voor deze periode. In de grotten van Lascaux en Altamira achterlieten zij opmerkelijke voorbeelden van prehistorische muurschilderingen. Voor hun kunstwerken maakten zij gebruik van oker, hematiet en mangaanrijke kleurpigmenten. Of de mens een rol speelde in dit proces is onduidelijk. Klimaatveranderingen worden als een plausibele verklaring beschouwd.
Het landschap veranderde geleidelijk in een woestijnachtig gebied. Zij sloegen regelmatig hun kamp op en volgden de seizoensgebonden migraties van prooidieren. Voor het eerst verschijnen microlieten en maalstenen, bedoeld voor het verwerken van wilde granen, in het archeologisch archief. Veel archeologen reserveren de term mesolithicum uitsluitend voor regio's die sterk door de ijstijden zijn beïnvloed.
In Zuid-Europa geeft men de voorkeur aan de benaming epipaleolithicum. Het dorp Monte Verde, stammend uit de Vroege Steentijd (circa 14.000 jaar geleden), illustreert deze periode. De gletsjers begonnen zich terug te trekken als onderdeel van een bredere opwarmingsfase. Een direct gevolg hiervan was dat graansoorten gedijden in de vruchtbare halve maan - een gebied dat Israël, Palestina, Libanon, Noord-Syrië, Zuid-Anatolië en Noord-Irak omvat.
Gereedschappen zoals messen, bijlen en hamers werden uit steen gehouwen. De bewoners legden voedseldepots aan, met name voor granen. Initieel leefden zij semi-nomadisch: zij trokken rond en hadden meerdere vaste verblijfplaatsen. Geleidelijk ontwikkelde dit zich naar een meer sedentaire levenswijze met één vaste nederzetting. In Noord-Israël bijvoorbeeld werd in Mallaha een nederzetting blootgelegd met vijf à zes ronde, half in de grond gebouwde hutten, daterend uit de periode tussen 10.000 en 9.500 voor Christus.
Mogelijk werd dit veroorzaakt doordat de zuidelijke uitloper van de Noord-Amerikaanse Laurentide-ijskap - waar nu het Bovenmeer ligt - voldoende was afgesmolten, waardoor het kolossale Agassizmeer, dat grote delen van West-Ontario, Manitoba en Saskatchewan bedekte, kon afvloeien naar de Saint Lawrencebaai. De enorme hoeveelheid koud, zoet water die zo in de oceaan stroomde, had ingrijpende gevolgen.
Daarnaast verschoven de thermische balansen op het Noord-Amerikaanse continent. In de Fukuigrot kwam het oudst bekende aardewerk ter wereld aan het licht.